Error showing flash-object.
banner

freinetonderwijs 

Freinetonderwijs is leerlinggericht. De leerkracht biedt een organisatie aan die kinderen kansen biedt om zich met succes en plezier te ontplooien tot mondige en verantwoordelijke mensen van de samenleving.
De leerkracht toont, biedt aan, neemt leiding waar dit nodig is, maar geeft kansen aan de kinderen om zelf actief te leren en samen te werken. Expressie, communicatie, creatie en zelf vragen kunnen stellen zijn de basisbehoeften van elk individu die hen in staat stellen te ontwikkelen tot een waardevolle persoonlijkheid. Deze behoeften liggen aan de basis, of het nu binnen of buiten de school gebeurt. De Freinetbeweging heeft hulpmiddelen ontwikkeld om vanuit deze basisbehoeften te komen tot effectief leren: kringgesprekken, vrije teksten, klaskrant, correspondentie met communicatiemiddelen die in onze samenleving aanwezig zijn, eigen en creatief onderzoek in kleine projectgroepen, omgaan met veel documentatiemateriaal,…
Kinderen leren gaandeweg om zelfstandiger en vanuit eigen keuzes, te leren. Dit gaat niet vanzelf, maar verloopt doorheen een veelheid aan activiteiten die de leerkracht aanbiedt: een leerproces op maat van elke leerling, eigen onderzoekswerk, eigen creatief werk, allerhande werkplannen, van afspraken die in de klas gemaakt worden. De leerkracht volgt de leerlingen hierin van zeer nabij, helpt, geeft kansen, maar stelt indien nodig ook grenzen. Kinderen zijn mee verantwoordelijk voor het leven in de klasgroep. Ze krijgen taken toebedeeld zodat de klas samen beheerd wordt. De leerlingen werken ook zeer veel in groepjes samen. Op hun niveau zijn ze mee verantwoordelijk voor het goede en aangename verloop van het leven, het leren en werken in de klas. De klas is een leefruimte met eigen regels. Deze regels zijn tot stand gekomen in het groepsleven zelf: het zijn eigen afspraken die de groep gemaakt heeft. De leerkracht is een lid van deze groep. Samen bepalen ze de rechten en plichten waar elk lid van de groep zich aan te houden heeft. Deze regels geven aan wat kinderen wel en niet kunnen en mogen doen. Maar ze beschermen ook iedereen zodat elk lid van de groep als individu en als lid van de groep aan zijn trekken zou komen.
Via de klassenraad leren ze conflicten bij leggen. Aan de hand van klassikale en andere planningsmomenten leren ze zicht krijgen op hun eigen bijdragen aan het werk van de groep, van de klas. De Freinetklas houdt verregaand rekening met het eigen leerritme en de eigen leerstijl van elk kind. Individuele en klassikale momenten sluiten nauw op elkaar aan. Tijdens periodes van zelfstandig inoefenen krijgen kinderen kansen om met dat materiaal te werken waar ze zich goed bij voelen. Ook hier ondersteunt de leerkracht: hij observeert, legt uit, geeft richtlijnen, stuurt sommige kinderen bij… De leerkracht garandeert dat alle leerlingen binnen hun persoonlijke mogelijkheden de noodzakelijke leerstof doorlopen hebben. Het kind brengt zijn belevingswereld mee naar school: zijn ervaringen, kennis en kunde, maar ook zijn vragen, nieuwsgierigheden en onzekerheden. Het zoekt samen met zijn klasgenoten naar antwoorden op die vragen. De school stelt daarvoor een veelheid aan informatie en documentatie en onderzoeksmogelijkheden ter beschikking. Maar ze richt zich ook uitdrukkelijk naar het leven buiten de eigen klas. Via klascorrespondentie is er contact met een klas uit een andere regio, met andere gewoontes, andere vragen… In hun verhalen bij de praatronde vertellen ze honderduit over wat hen overkomen is, wat ze zich afvragen. In hun vrije teksten schrijven ze wat ze kwijt willen over zichzelf, over anderen en over hun fantasieën.

Bron: pedagogische begeleidingsdienst

wie was Célestin Freinet? 

Freinet (1896-1966) begint zijn onderwijzersloopbaan in 1920 in een tweemanschool in Bar-sur-Loup, een klein dorpje in de Franse Alpen. De traditionele manier van lesgeven en orde houden spreekt hem echter in het geheel niet aan. Daarbij komt dat hij ook door een slechte longfunctie, gevolg van een opgelopen verwonding in de eerste wereldoorlog, gedwongen is naar een andere manier van lesgeven uit te zien, dan het gebruikelijk doceren. Hij begint zijn leerlingen mee de natuur in te nemen en bezoekt ambachtslieden in het dorp. Hierbij wordt hij getroffen door de grote belangstelling van de kinderen. Deze levende belangstelling staat in schril contrast met hun apathie in de klas. Vanaf dat moment laat Freinet zich ook in zijn onderwijs in de klas steeds meer leiden door de eigen ervaring en beleving van de kinderen. De spontane verhalen van de kinderen vinden hun neerslag in kleine opstelletjes die weer het materiaal vormen voor het lees- en schrijfonderwijs. Wanneer Freinet vervolgens op het idee komt deze verhaaltjes door de kinderen zelf in de school te laten drukken en daarbij merkt hoezeer dit bijdraagt tot de motivatie van de kinderen is hiermee de techniek van de vrije tekst voorgoed ontdekt. Door publicaties van Freinet gaan ook andere onderwijzers het proberen met de drukpers op school. Deze verspreiding leidt weer tot stimulerende en blikverruimende correspondentie tussen klassen uit verschillende delen in Frankrijk.
De toenemende behoefte aan drukpersen, papier en andere leermiddelen voert in 1924 tot de oprichting van een eigen coöperatie, de C.E.L. (Coopérative de l' Enseignement Laïc). De onderwijzers zijn hiervan niet alleen de gebruikers, maar tevens de eigenaars en de beleidsvoerders. Er ontstaat een actieve vernieuwingsbeweging met een duidelijke links-socialistische signatuur, uitgesproken gericht op het onderwijs voor het volkskind en sterk praktisch gericht op ideeën en technieken die ook voor de geïsoleerde werkende onderwijzer uitvoerbaar en betaalbaar zijn. Zo ontwikkelt zich de in de Freinetpedagogiek leidende idee van de klas als een zichzelf besturende coöperatieve werkgemeenschap.
In 1928 wordt hij overgeplaatst naar Saint-Paul. Hij komt terecht in een school in een arm deel van het centrum. Het zijn vooral kinderen van arme pachters die de school bezoeken. De vrijmoedigheid waarmee de 'schooiertjes van de volksschool' het wagen rijke toeristen met hun enquêtes lastig te vallen, roept bij de gegoede burgerij weerstanden op en leidt tot een hetze tegen Freinet met beschuldigingen van spionage voor Rusland. Het conflict eindigt met een remise, waarbij Freinet in 1933 gedwongen wordt een wachtgeldregeling te aanvaarden. Naast een pedagogisch militantisme wordt nu ook een strijdbaar socialisme hoe langer hoe meer kenmerkend voor Freinet en de beweging.
Freinet blijft niet bij de pakken zitten en begint in Vence met zijn vrouw een eigen school. De beweging kan zich enkele jaren rustig ontwikkelen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt hij echter op basis van vroegere beschuldigingen geïnterneerd. Deze tijd gebruikt hij om zich theoretisch te verdiepen en twee boeken te schrijven.
Tot aan zijn dood blijft Freinet het energieke middelpunt van de beweging die inmiddels is uitgegroeid tot de belangrijkste en meest actieve beweging voor onderwijsvernieuwing in Frankrijk.

Bron: pedagogische begeleidingsdienst