Error showing flash-object.
banner

studie-info 

Op deze pagina vind je onze lessentabellen en verneem je meer over onze aparte manier van werken. We doen voor u graag de Freinettechnieken uit de doeken.

lessentabellen 

Wij werken met dezelfde leerplannen en streven dezelfde leerplandoelstellingen na als in de traditionele klassen van het GO!. Onze leerlingen zien met andere woorden dezelfde leerstof, maar de manier waarop, verschilt.
Behalve Latijn, LO en godsdienst of zedenleer, worden alle vakken geclusterd en in goede banen geleid door 2 kernleerkrachten.
In de 2de graad sluiten de leerlingen uit de Freinetklas aan bij hun jaargenoten voor de keuzevakken afhankelijk per studierichting. Op die manier garanderen we de een grondige vorming en voorbereiding op de derde graad.

LESSENTABEL 1ste GRAAD - methodeonderwijs 

GEM. VAKKEN 1ste  Latijn 1ste  geen Latijn 2de  Latijn 2de  Latijn-Grieks 2de  Mod. Wet.
GODSDIENST/ZEDENLEER 2 2 2 2 2
NEDERLANDS 5 5 5 5 5
FRANS 4 4 3 3 3
ENGELS 2 2 2 2 2
WISKUNDE 5 5 4 4 4
GESCHIEDENIS 1 1 2 2 2
AARDRIJKSKUNDE 2 2 1 1 1
NATUURWETENSCHAPPEN 1 1 - - -
FYSICA - - 1 1 1
BIOLOGIE - - 1 1 1
PLASTISCHE OPVOEDING 1 1 1 1 1
MUZIKALE OPVOEDING 1 1 - - -
LICHAMELIJKE OPVOEDING 2 2 2 2 2
TECHNIEK 2 2 2 2 2
SPECIFIEKE GEDEELTE          
LATIJN 4 - 4 4 -
GRIEKS - - - 2 -
ECONOMIE - - 2 - 2
VRIJE RUIMTE - 4 - - 4

 

KEUZE LATIJN OF VRIJE RUIMTE :
Alle leerlingen van de Freinetklas krijgen de uren die hierboven als gemeenschappelijke vakken worden weergegeven. Daarbovenop kiezen ze 4 uur Latijn of 4 uur vrije ruimte.
De 4 uur Latijn moeten gevolgd worden samen met het traditioneel onderwijs. De 4 uur vrije ruimte worden ingevuld met allerlei projecten rond onderwerpen die aansluiten bij de belangstelling van de leerlingen en waarbij al hun vaardigheden aan bod komen. Organiseren, plannen, probleem oplossend denken, communiceren, … maken deel uit van lessen vrije ruimte.

LESSENTABEL 2de GRAAD - methodeonderwijs 

GEMEENSCHAPPELIJKE VAKKEN AANTAL UREN
GODSDIENST /ZEDENLEER 2
LICHAMELIJKE OPVOEDING 2
NEDERLANDS 4
FRANS 3
ENGELS 3
WISKUNDE 4
GESCHIEDENIS 2
AARDRIJKSKUNDE 1
BIOLOGIE 1
CHEMIE 1
FYSICA 1
SPECIFIEKE GEDEELTE  
LATIJN 4*
ECONOMIE 4*
GRIEKS 4*
CULTUURWETENSCHAPPEN 2*
GEDRAGSWETENSCHAPPEN 2*
BIOLOGIE 1*
FYSICA 1*
CHEMIE 1*
INFORMATICA 1*
WISKUNDE 1*
COMPLEMENTAIR GEDEELTE 3
WISKUNDE 1*
W.W. FYSICA 1*
W.W. CHEMIE 1*
W.W. AARDRIJKSKUNDE 1*
W.W. BIOLOGIE 1*
UITBREIDING FRANS 1*
UITBREIDING ENGELS 1*
SOCIO - ECONOMISCHE INITIATIE (SEI) 1*
TOTAAL 32

 *Keuze afhankelijk van de gekozen studierichting

Didactische aanpak 

Binnen de Freinetwerking van onze school staat actief leren centraal. Zonder onze leerplandoelstellingen uit het oog te verliezen, proberen wij zo nauw mogelijk aan te sluiten bij de interesses en de leefwereld van onze leerlingen. Dit betekent dat niet zij, maar wij als groep, beslissen over de concrete invulling van de leerinhouden. Hierbij maken we gebruik van verschillende technieken.

In het methodeonderwijs besteden we aandacht aan kennis, vaardigheden en attitudes.

We vertrekken zoveel mogelijk vanuit de leefwereld van de jongeren en vanuit de realiteit. Jongeren worden aangezet om zelf te ontdekken, te ervaren, te experimenteren en hun leerproces te sturen. Hiervoor wordt een krachtige leeromgeving door de leerkrachten gecreëerd. Daarmee bedoelen we een leeromgeving die rijk is aan bronnen en aldus vol uitdagende prikkels zit voor de leerlingen. Deze leeromgeving beperkt zich uiteraard niet enkel tot het klaslokaal. Wanneer iets in de realiteit te bestuderen valt, laten we het niet na om een uitstap te organiseren die ons naar de werkelijkheid brengt.

Om ons onderwijs volgens deze ideologieën vorm te kunnen geven, gebruiken wij een heel arsenaal aan werkvormen. Ervan uitgaande dat leren met en van elkaar op termijn de grootste leerwinst geeft, spreken we over coöperatieve werkvormen. Dit zijn werkvormen die in vergelijking met de klassieke groepswerken nog een paar stappen verder gaan. We willen niet alleen dat een opdracht samen wordt uitgevoerd. We willen dat er samen nagedacht, gediscussieerd en gewerkt wordt. Een inzicht waarvoor je eerst heel wat moeite hebt moeten doen om het naar anderen toe te beargumenteren, is beter verinnerlijkt dan eentje dat je op papier hebt voorgeschoteld gekregen.

Freinettechnieken 

Projectwerk is de coöperatieve werkvorm bij uitstek. Leerlingen vertrekken hierbij vanuit een thema (al dan niet opgelegd). Ze benaderen dit thema vanuit zoveel mogelijk invalshoeken en stellen hierbij zoveel mogelijk onderzoeks- of leervragen. Samen wordt er dan op zoek gegaan naar antwoorden. Een dergelijk project is dus vakoverschrijdend en de verschillende kernleerkrachten werken hieraan mee.
Hierbij wordt de zelfstandigheid van de leerlingen ontwikkeld.
Bij elk project proberen we een brug te slaan tussen de verschillende vakken. Op die manier leren de leerlingen de leerstof in een groter en echter geheel zien. Typisch voor een project is ook dat elke leerling zijn of haar interesses en talenten in een positief daglicht kan plaatsen en de leerlingen de leerstof deels in hun eigen tempo kunnen verwerken. Ze leren niet alleen bij van de leerkrachten, maar zeker ook van elkaar als groep.

Contract
Ook hoeken- en contractwerk zijn coöperatieve en zelfstandige werkvormen. Door het aanbieden van keuze- en verplichte taken kunnen leerlingen, binnen een vastgestelde tijdspanne, op eigen tempo werken. Er wordt op deze manier gedifferentieerd naar niveau, tempo, interesse… Via deze laatste werkvormen bouwen we ook verder aan de vaardigheden die hiervoor nodig zijn en die de leerlingen reeds oefenden in de lagere school.
Vooral de wetenschappelijke vakken lenen zich uitstekend tot contractwerk. De leerstof wordt aangeboden in afgebakende pakketjes die de leerlingen op hun eigen tempo kunnen verwerken. De leerkracht treedt op als coach, geeft tips en begeleidt.

Klasraad
Als uitgangspunt voor onze klaswerking nemen wij de realiteit. We zijn van mening dat een school de werkelijkheid zo dicht mogelijk moet benaderen en de leerlingen zo goed mogelijk moet voorbereiden op een leven waarin ze op hun eigen benen kunnen staan. Een kritische ingesteldheid en een behoorlijke dosis sociale vaardigheden zijn in onze democratische maatschappij onmisbaar geworden.

De klasraad is een uitstekend instrument om deze attitudes en vaardigheden te oefenen. Wij noemen de klasraad wel eens ‘de motor van onze klas’. Op een wekelijkse vergadering, want dat is een klasraad eigenlijk, wordt door de leerlingen besproken wat er in de klas allemaal dient te gebeuren. Ze dienen het eens te worden over de algemene organisatie in de klas, over de projecten die er opgestart moeten worden en over hoe er in de klas met elkaar wordt samengeleefd. Eventuele problemen worden hier ook in de groep besproken en voorstellen voor oplossingen komen vanuit de leerlingen zelf.
Via de klasraad hebben de leerlingen dus heel wat inspraak in het klasgebeuren. Meer nog, er zou in de klas weinig gebeuren zonder de initiatieven die in de klasraad besproken worden. Op die manier is de klasraad dus een prachtig inspraakorgaan.

Wij zijn van mening dat een vuur pas echt groot wordt, als het van binnenuit wordt aangewakkerd. Aangezien de leerlingen via onze klasraad zelf voorstellen mogen doen, kunnen zij werken aan projecten vanuit een intrinsieke motivatie, wat tot heel wat meer werkijver leidt, dan wanneer hen iets wordt opgelegd.

Om op deze manier met elkaar in gesprek te kunnen gaan is het belangrijk om op een constructieve manier te reflecteren over het klasgebeuren, alsook over het eigen functioneren in die klas. Dit is een niet-evidente vaardigheid die we ook via de klasraad aanleren. Leerlingen beschrijven wat ze doen, denken en voelen en zoeken zelf naar oorzaken en oplossingen. We hebben hierbij zowel oog voor het proces dat onze leerlingen doormaken als voor de producten die daaruit voortkomen.
Hieraan gekoppeld wordt er ook tijdens de klasraad aandacht besteed aan ‘leren leren’. Dit echter steeds in functie van de eventuele aanwezige problemen.

De leerkracht heeft in de klasraad dus geen leidinggevende functie. Hij neemt wel een adviserende en sturende houding aan wanneer de groep dat nodig heeft. Soms neemt de leerkracht ook een beoordelende functie op zich. Dit heeft dan te maken met het proces dat de leerlingen doormaken inzake sociale vaardigheden en attitudes die via de klasraad goed observeerbaar en aldus evalueerbaar zijn.

Coöperatief leren
Actief leren staat centraal. Als je het Kompas binnenwandelt, zal je de leerlingen vaak in groep zien werken. Allerlei actieve werkvormen zorgen ervoor dat de leerlingen van elkaar leren. De leerkracht helpt waar nodig, maar zal de leerlingen eerder op het goede spoor zetten, dan het antwoord te geven. Coöperatief leren zorgt ervoor dat de leerlingen zelf de juiste antwoorden op hun vragen of de oplossing voor een probleem vinden en dat maakt het leren veel leuker.


Planning en evaluatie
In vergelijking met het traditioneel onderwijs zijn er nog een aantal praktische aspecten die wij aanpassen om onze werking te optimaliseren. Via deze visietekst willen we jullie graag wat duiding geven hieromtrent.

Omdat leerlingen tijdens projecten voor een groot stuk zelf bepalen op welke vragen ze een antwoord zullen zoeken, kiezen zij soms onderwerpen die niet altijd op hetzelfde moment in een traditionele klas aan bod komen. De leerplannen van het GO zijn graadsleerplannen die ons de vrijheid geven om over een periode van twee jaar, zelf te bepalen welke leerstof wanneer aan bod komt. Zo kan het dus gebeuren dat leerlingen uit de methodeklassen bepaalde leerstof een jaartje eerder of later bestuderen dan hun leeftijdsgenoten. We verbinden er ons echter wel toe om op het einde van elke graad dezelfde leerplandoelstellingen gehaald te hebben.

Ook op het gebied van evaluatie wijken we een beetje af. Wij vinden dat het werk dat de leerlingen door het jaar leveren even belangrijk mag geacht worden als de momentopname van een examen. Vandaar dat onze rapporten ‘dagelijks werk’ in totaal even zwaar doorwegen als die examens. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat leerlingen vooruitgang maken. Iemand die in het begin van het jaar problemen heeft, maar erin slaagt om deze problemen naar het einde van het jaar weg te werken heeft naar onze mening meer bereikt dan iemand bij wie in het begin alles op rolletjes loopt, maar op het einde van het jaar de trein ontspoort. Om dit op te vangen hechten we in de puntenverdeling dus meer belang aan het tweede semester dan aan het eerste. Voor de concrete, objectieve cijfers verwijzen we naar het schoolreglement.
Het dagelijks werk wordt beoordeeld via aangekondigde toetsen, het nakomen van de afspraken i.v.m. hoeken- en contractwerk , observaties van vakattitudes …

Naast het traditionele rapport wordt er ook een attituderapport voorzien. Dit attituderapport evalueert de leerlingen o.a. op hun manier van samenwerken, hun zelfstandigheid, hun omgang met anderen, hun communicativiteit, burgerzin… Op dit rapport staat ook steeds een zelfevaluatie. Via deze zelfevaluatie leren we de leerlingen reflecteren en zichzelf bij te sturen. Deze attituderapporten bestaan daarom niet uit cijfers, maar louter uit verbale feedback. Ze worden ook telkens in de klasraad besproken om die reflectie op een goede manier te kunnen begeleiden.

Ouderparticipatie
Ouders zijn belangrijke partners in het hele gebeuren: zij worden gezien als deskundigen van hun eigen kinderen. Leraren daarentegen kennen de klasgroep en de plaats van elke jongere in de groep. Daarom zullen er, naast de klassieke oudercontacten, een aantal overlegmomenten georganiseerd worden, waarop ouders en leerkrachten samen de klaswerking bespreken.

We vinden het voornamelijk belangrijk om op een open manier met ouders te communiceren. Wij willen graag samen met de ouders op zoek gaan naar de meest geschikte manieren om hun kinderen en dus onze leerlingen op een zo goed mogelijke manier te begeleiden. We stellen het dus ook erg op prijs wanneer ouders ons eveneens tussen de verschillende oudercontacten door, benaderen voor opbouwende gesprekken. Wij van onze kant aarzelen niet om hen ook aan te spreken wanneer we dat nodig achten.
Ouders kunnen ook binnen een bepaalde specialiteit als externe deskundige optreden in de klas. Bovendien kunnen zij eventueel mee uitstappen begeleiden.